Phitsanulok als uitvalsbasis voor de tempelstad Sukothai.

Thailand was onze tweede kennismaking met Azië: in juli 2014 reisden we drie weken met de trein, bus, boot en het vliegtuig door dit populaire backpackersland. In dit artikel heb ik het over onze tweede stop: het dorp Phitsanulok, vanwaar we de oude hoofdstad Sukothai zouden verkennen. Benieuwd naar onze volledige route? Dit vind je hier en hier.

Nadat we een fijne anderhalve dag doorbrachten in Ayutthaya, namen we in de namiddag opnieuw de trein, dit keer voor een treinrit van vijf uur naar Phitsanulok. Ook deze trein komt een tijdje later aan dat het vertrektijdstip maar alles staat netjes aangeduid op borden en de stationsbewaker komt het ons zelfs persoonlijk vertellen dat de trein een halfuurtje vertraging gaat hebben. Geen probleem hoor, even wat luieren op het perron en even een ijsje eten dus. Deze treinrit voerde ons langs rijstvelden, groene vlakten, lege vlakten, dorpjes, lotusvijvers, groene heuvels, karstbergen, palmbomen, kokosbomen, bananenbomen, gigantische witte en gouden boeddha-beelden, een tempel vol aapjes en onze eerste Thaise regenbui! De trein zelf was een ijzeren-houten exemplaar met comfortabele stoelen en klonk als gedeng-gedeng met een zak schuddende kroonkurken eraan.

Aangekomen in Phitsanulok, checken we snel zodat we onze backpacks kunnen afzetten en we de stad even kunnen verkennen. In de buurt van het treinstation hadden we namelijk al een avondmarkt gespot dus hier gingen we dan ook meteen weer naar toe. We aten bij een van de streetstalls lekkere gebraden kip en een noodle-cashew schotel die ondanks onze aanvraag voor “not spicy, no chillies” toch te pittig was voor onze Westerse smaakpapillen en we deze dus jammer genoeg maar voor de helft binnenkregen.

De volgende dag namen we eerst een kleine lokale bus van het station tot aan het busstation, waar we een kaartje kochten voor de bus naar Old Sukothai. Let even op: er is een Old en New Sukothai en is het de oude stad waar je wilt zijn. Na een busrit van een dik uur kwamen we aan in een stad die meer weg heeft van een groot park, dan van een stad. Ook deze tempelstad is een oude hoofdstad: meer bepaald deze van, je raadt het nooit, het koninkrijk Sukothai en is door UNESCO erkend als werelderfgoed. Als je naar de kaart van deze stad kijkt, zie je duidelijk dat deze verdeeld is in vijf zones: het centrale middendeel dat ongeveer twee op anderhalve kilometer meet, en dan een noordelijk/oostelijk/zuidelijk/westelijk zone georiënteerd tegenover het centrum.

Wat Matathat - Night Market
Wat Matathat – Night Market

Vlakbij de hoofdingang van het informatiecentrum en tevens de toegang tot de grootste tempel van de centrale zone, kan je fietsen huren. Zo gezegd, zo gedaan en ook in deze stad huurden we een stalen ros voor de omgeving te verkennen. We kochten ook een toegangsticket voor de Wat Mahathat, de grootste en meest indrukwekkende tempel in deze zone. De aandachtige lezer herkent deze benaming van in Ayutthaya: dit betekent iets zoals “hoofdtempel” dus deze naam komt wel vaker voor en beschrijft dus geen unieke tempel. Hier hebben we ons de ogen uitgekeken en ons suf gefotografeerd: ook de rest van de tempels in de centrale zone, die gratis toegankelijk zijn, zijn prachtig. We hebben hier uren rondgelopen en gefietst. Omdat we nog niet goed geacclimatiseerd waren, vielen de temperaturen ons zwaar. We besloten dus enkel nog het noordelijke deel van Old Sukothai te verkennen. Voor de tempels ten westen van het ommuurde domein, moeten we dus bij een volgende reis maar eens terugkomen.

Wat Si Chum
Wat Si Chum

Nadat we eerst bij de Sanluang Gate, de noordelijke poort en dus de meest logische manier om de ommuurde stad te verlaten richting het noorden, voor een gesloten poort stonden, maakten we dus een extra ommetje via de centrale toegangspoort. Na een fijn fietstochtje langs nog wat kleinere tempels (of resten ervan), bezochten we het sterk verwoeste maar nog steeds knappe Wat Phra Phai Luang en het wat meer afgelegen Wat Si Chum. Deze laatste vond ik een van de mooiste, eenvoudig en niet groot, maar ik was heel hard onder de indruk van het vijftien meter hoge Boeddhabeeld. Vervolgens begonnen we aan onze fietstocht terug omdat het sluitingsuur van onze fietsverhuurder naderde en nadat we onze fietsen netjes afleverden, namen we de bus terug naar Phitsanulok. Hier trokken we opnieuw naar de toffe avondmarkt bij het station voor een lekkere maaltijd. Deze keer wandelden we verder naar de rivier, waar andere markt bezig was: hier troffen we een optredens en volksdansen in kleurrijke pakjes aan. Onder het genot van een portie Thais kokosijs met soyamelk, liepen we terug naar het station, waar onze nachttrein naar Chiang Mai wacht. Of waar wij gingen wachten op onze trein beter gezegd. 🙂

We zagen gelijkenissen maar ook verschillen tegenover Ayutthaya. Vooral de afbeeldingen van de Buddha-beelden waren anders: de gezichten maar ook de houding, hier zagen we voor de eerste keer een staande en wandelende Buddha. Vele mensen twijfelen om maar een van beide oude hoofdsteden (Ayutthaya versus Sukothai) te bezoeken: maar beide zijn heel verschillend en zeker de moeite waard.

Zou jij beide steden aandoen in jouw reis door Thailand? Of ben je snel tempelmoe en zou je een van beide kiezen?

Wil je geen post missen? Volg me dan op facebook, twitter en bloglovin!

Advertenties

4 gedachten over “Phitsanulok als uitvalsbasis voor de tempelstad Sukothai.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s